Brussel wordt de laatste tijd steeds vaker opgeschrikt door drugsgeweld. Steekpartijen, schietincidenten, ontvoeringen… het zijn slechts enkele voorbeelden van incidenten die gelinkt worden aan het drugsmilieu. Steeds vaker raken ook onschuldige omstanders betrokken, wat ervoor zorgt dat veel inwoners van onze hoofdstad zich niet meer volledig veilig voelen.
In september vorig jaar werd in Matongé een man geraakt door een verdwaalde kogel, en begin december werden meerdere toeristen het slachtoffer van een schietincident op de Gulden Vlieslaan. Het geweld verschuift steeds meer naar openbare plekken, waardoor ook onschuldige burgers getroffen worden. Voor veel Brusselaars wordt het dan ook steeds duidelijker: hun stad voelt niet langer veilig.
Schotgeluiden
Een medeweker van het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht (VCET), die liever anoniem blijft, verhuisde in januari 2023 van regio kust naar Brussel om te gaan werken in het hoofdkantoor in Schaarbeek. Ook zij merkte snel dat veel mensen bang zijn. “Na mijn derde werkdag kwam ik rond tien uur ’s avonds thuis in mijn nieuwe appartement en besloot ik nog een toertje te gaan lopen. Toen ik de volgende dag tijdens mijn dagelijkse babbel met mijn buurman vertelde dat die avond nog was gaan joggen, kon hij zijn oren niet geloven”, zegt ze. “Hij maakte me meteen duidelijk dat ’s nachts alleen buitenkomen onverstandig is, omdat dan het risico het hoogst is om betrokken te raken bij incidenten.”
In het begin had ze moeite om zich volledig op haar gemak te voelen in haar nieuwe woning. “Als je ’s avonds in de zetel zit, hoor je zeker twee tot drie keer per week schoten. Toen ik daar net woonde en die geluiden hoorde, liet ik mijn baas weten dat ik volgende dag van thuis zou werken. Ik durfde niet naar buiten, uit schrik om zelf beschoten te worden”, geeft ze in alle eerlijkheid toe. Na drie maanden trok haar beste vriendin in bij haar en dat heeft haar geholpen. “We proberen zo vaak mogelijk samen naar het werk te vertrekken, zodat we niet alleen op straat hoeven. Dat soort kleine dingen zorgt ervoor dat ik me veiliger voel.”
Voorzichter dan vroeger
“Ik heb me hier eigenlijk nooit echt superveilig gevoeld”, bekent Emmanuel Landu, die al sinds zijn tweede levensjaar in Anderlecht woont. Volgens hem beseffen mensen nu nog maar de ernst van het probleem omdat het vaker in de media komt, maar het geweld is al jaren aan de gang. “De meeste van mijn vrienden uit de wijk zijn het drugsgeweld al gewend, omdat we ermee zijn opgegroeid. Toen we vroeger buiten speelden, hoorden we schoten, en zagen we ook al mensen met steekwonden over straat lopen.”
“De incidenten volgen elkaar sneller op dan vroeger en gebeuren ook vaker overdag, dus ben ik toch voorzichter geworden.” Zo gaat hij nooit meer ’s avonds alleen de straat op: “dat is niet enkel om schietincidenten te vermijden, maar ook omdat de kans groot is dat je wordt overvallen en dan zonder gsm of geld thuiskomt.” Sinds het drugsgeweld vaker in de media verschijnt, laat zijn moeder haar jongste zoon niet meer alleen het huis gaan. “Mama is bang dat mijn kleine broertje iets zou overkomen en ik ben er ook niet meer zo gerust in. Daarom probeer ik hem zo vaak mogelijk zelf ergens heen te brengen, zodat ik weet dat hij ‘veilig’ is.
De stad en politie zouden nog meer kunnen of moeten doen om het geweld te verminderen, vindt Emmanuel. “Overdag zijn er agenten in uniform én in burgerkledij aanwezig op straat en hun aanwezigheid laat je wel voelen dat ze het onder controle hebben en dat je geen schrik hoeft te hebben”, vertelt hij. “Maar rond zes uur ’s avonds zit hun shift erop, en dan wordt er veel minder toezicht gehouden. Dat maakt het opnieuw gevaarlijker.” Een constante aanwezigheid en patrouille van agenten zou, volgens Emmanuel, ervoor zorgen dat er minder incidenten zouden plaatsvinden.
Toch gaat de federale gerechtelijke politie al jaren gebukt onder een groot personeelstekort. Een tijd geleden werd daarom besloten om enkel nog de grotere drugsgerelateerde zaken te behandelen, omdat er simpelweg niet genoeg manschappen beschikbaar zijn. Die onderbemanning is dan ook de belangrijkste reden waarom politie niet dag en nacht kan patrouilleren en zichtbaar aanwezig zijn op straat.
Drugsclans
“Het drugsgeweld is de afgelopen jaren toegenomen doordat clans uit Marseille zich hier hebben gevestigd”, zegt Amet Gjanaj, waarnemend burgemeester van Molenbeek. “Zij leren jongeren al op vroege leeftijd hoe je moet schieten en vechten, en ze deinzen er niet voor terug om geweld te gebruiken. Het zijn ook vaak die buitenlandse clans die zorgen voor die gewelddadige conflicten.” Om te voorkomen dat jongeren worden meegesleurd in die criminele wereld, zetten ze in Brussel hard in op naschoolse activiteiten.
Gjanaj vindt de samenwerking tussen de verschillende Brusselse gemeentes en politiezones erg waardevol in de strijd tegen drugsgeweld. “Door onze krachten te bundelen en informatie met elkaar te delen, kunnen we vaak sneller grote acties op poten zetten en onze gemeentes stapje voor stapje veiliger maken.” Toch moet ook de burgemeester toegeven dat de situatie zorgwekkend blijft. “Het afgelopen jaar zie je steeds vaker auto’s met Franse nummerplaten rijden, en negentig procent daarvan hoort bij die bendes.” Hij geeft toe dat die sterkere aanwezigheid hem ook angst inboezemt. “Ook mijn familie kan zo dus zomaar onschuldig slachtoffer worden van dat geweld.”
De kwestie lijkt voorlopig nog niet van de baan te zijn. “We slagen er momenteel nog net in om het probleem onder controle te houden en erger te voorkomen. Maar het echt volledig oplossen? Daarvoor heb je enorm veel geld en manschappen nodig, en die hebben we momenteel niet tot onze beschikking”, besluit Amet Gjanaj.